Agenda De gids
Op deze pagina
Download als PDF

Spiekbriefje tekstacties

Met acties in Agenda typ je korte commando’s die na afronding dynamisch worden omgezet en uitgebreid tot gewone tekst, of die een bepaalde actie uitvoeren zoals een notitie als Op de agenda markeren. Zie het als een snelle manier om een actie te starten, zoals \remind typen om een herinnering in te voegen of \date om de huidige datum in te voegen.

Acties worden voorafgegaan door een backslash (\), die een aanvulmenu oproept met de beschikbare acties; dat menu kun je verder filteren door de eerste paar tekens van de gewenste actie te typen.

Tip: Op de iPhone en iPad zonder fysiek toetsenbord is een backslash typen wat omslachtig. In plaats daarvan kun je gewoon de plusknop boven het toetsenbord aantikken en vasthouden om het actiemenu op te roepen. Handig!

Ook op sommige toetsenborden, zoals de Chinese of Japanse, is een backslash lastig te typen; daarom kun je overal waar een backslash wordt getoond ook twee accenten (``) of twee middelpuntjes (··) gebruiken.

Veel van deze acties kunnen zogeheten parameters tussen haakjes meekrijgen (net zoals je waardeparameters aan tags kunt toevoegen, beschreven in het hoofdstuk Tags, personen, tekstacties en links), om het gedrag van deze acties verder te verfijnen. Zo voegt \date(in: 2 weeks) de datum van over twee weken in in plaats van de huidige datum.

Parameters die als Standaard worden aangeduid, gelden als de standaardparameter als je er geen opgeeft. Zo is \tag(important) hetzelfde als \tag(name: important).

De meeste acties werken ook binnen sjablonen, en daarnaast ondersteunen sjablonen een aantal acties die alleen daar werken; voor een overzicht daarvan zie het hoofdstuk Sjablonen maken en gebruiken.

Hieronder vind je een volledig overzicht van de acties die Agenda op dit moment ondersteunt.

Invoegen

\tag

  • voegt een tagtoken in de notitietekst in
  • synoniemen: #, \insert-tag

Parameters

  • name - de naam van de tag - Standaard, verplicht
  • color - de naam of hexwaarde van de kleur van de tag - Premium
  • value, text, string - een optionele tekstwaarde - Tweede standaard
  • day, on, after, before, until, from, in - een optionele dagwaarde
  • date, at - een optionele datumwaarde
  • int, integer, number, level - een optionele integerwaarde
  • float, double - een optionele floatwaarde

Voorbeelden

  • \tag(name: important) - maakt de tag #important, gelijk aan \tag(important)
  • \tag(important, color: blue) - maakt de tag #important in het blauw
  • \tag(important, color: #333) - maakt de tag #important met de hexkleur #333
  • \tag(priority, value: high) - maakt de tag #priority(high), gelijk aan \tag(priority, high)
  • \tag(due, day: tomorrow) - maakt de tag #due(6 April 2022)
  • \tag(due, in: 3 weeks) - maakt de tag #due(26 April 2022)
  • \tag(deadline, at: 17 oct 2022 13pm) - maakt de tag #deadline(17 Oct 2022 at 13.00)
  • \tag(priority, int: 1, color: red) - maakt de tag #priority(1) in het rood
  • \tag(version, float: 2.1) - maakt de tag #version(2.1)

\person

  • voegt een persoontoken in de notitietekst in
  • synoniemen: @, \insert-person, contact

Parameters

  • name, alias, nickname - de naam van de persoon - Standaard, verplicht

Voorbeelden

  • \person(name: Tom G) - maakt de persoon @(Tom G), gelijk aan \person(Tom G)

\reminder

  • voegt een herinnering in en plant die in de app Herinneringen in
  • synoniemen: \remind, \insert-reminder

Parameters

  • none - voegt een tijdelijke herinnering in die niet is ingepland
  • due-date - een tekst in gewone taal die een datum in de toekomst voorstelt - Standaard
  • title - de titel van de in te plannen herinnering
  • list - de lijst in de app Herinneringen waarop de herinnering wordt ingepland
  • all-day - plant de herinnering in als herinnering voor de hele dag

Voorbeelden

  • \reminder - maakt een niet-ingeplande herinnering en opent de bewerkpopover
  • \reminder(today) - plant een herinnering in voor vandaag over 30 minuten
  • \reminder(today at 6pm) - plant een herinnering in voor vandaag om 6 uur
  • \reminder(tomorrow evening) - plant een herinnering in voor morgen om 6 uur
  • \reminder(in 3 weeks) - plant een herinnering in over 21 dagen
  • \reminder(25 dec 2020, at 8pm)` - plant een herinnering in op 25 december 2020 om 8 uur
  • \reminder(today at 6pm, list: important) - plant een herinnering in voor vandaag om 6 uur op de herinneringenlijst “important”
  • \reminder(all-day: tomorrow) - plant een herinnering voor de hele dag in voor morgen

\star

  • voegt aan het eind van de huidige alinea een ster in de notitietekst in
  • synoniemen: #star, \insert-star, \flag

Parameters

  • none - voegt een ster aan het eind van de alinea in

Voorbeelden

  • \star - maakt een ster aan het eind van de alinea, gelijk aan #star

\date

  • voegt de huidige datum in de notitietitel of -tekst in
  • synoniemen: \insert-date

Parameters

  • none - voegt de huidige datum in de standaardopmaak in
  • full, long, medium, short - een standaard datumnotatie in de opgegeven vorm - Standaard
  • format - een zelf opgemaakte datum, zie de tip en opmerking hieronder
  • locale - de taalregio die voor het opmaken van de datum wordt gebruikt
  • timezone - de tijdzone die voor het opmaken van de datum wordt gebruikt
  • in, for, offset - een andere datum dan vandaag
  • default-format - stelt de standaardopmaak van \date in op de opgegeven eigen opmaak

Voorbeelden

  • \date - 22-07-20
  • \date(full) - Wednesday, July 22, 2020
  • \date(short) - 7/22/20
  • \date(format: dd-MM-yy) - 22-07-20
  • \date(full, locale: no) - onsdag 22. juli 2020
  • \date(for: tomorrow) - 23-07-20
  • \date(in: 2 days) - 24-07-20
  • \date(offset: 3 weeks) - 12-08-20
  • \date(default-format: dd-MM-yy) - 22-07-20 (en stelt deze opmaak in als standaard)

Tip: Voor een volledig overzicht van de ondersteunde datumnotaties, zie http://www.unicode.org/reports/tr35/tr35-31/tr35-dates.html#Date_Format_Patterns. Een voorbeeld: \date(EEE\, MMM d\, ''yy) levert Wed, Jul 22, ‘20 op. Let op dat de komma’s in het patroon met een schuine streep moeten worden voorafgegaan, anders worden ze als volgende parameter gezien. Hetzelfde geldt voor dubbele punten, zoals in dit voorbeeld: \time(format: HH\:MM), met als resultaat 18:34.

Belangrijk: Wanneer je een opmaak als parameter opgeeft, hetzij een eigen opmaak hetzij full, long, medium of short, wordt die ook de standaardopmaak als je de parameter weglaat en alleen \date typt. Om de opmaak terug te zetten op medium typ je eenmalig \date(default).

\time

  • voegt de huidige tijd in de notitietitel of -tekst in

Parameters

  • none - voegt de huidige tijd in de standaardopmaak in
  • full, long, medium, short - een standaard tijdnotatie in de opgegeven vorm - Standaard
  • format - een zelf opgemaakte tijd, zie de tip en opmerking hierboven
  • locale - de taalregio die voor het opmaken van de tijd wordt gebruikt
  • timezone - de tijdzone die voor het opmaken van de tijd wordt gebruikt
  • default-format - stelt de standaardopmaak van \time in op de opgegeven eigen opmaak

Voorbeelden

  • \time - 12:27
  • \time(full) - 12:27:15 PM Western European Summer Time
  • \time(short) - 12:27
  • \time(format: HH\\:mm\\:ss) - 12:27:33
  • \time(medium, locale: en_US_POSIX) - 12:27:15 PM

Tip: Voor een volledige lijst met taalregio’s zie https://gist.github.com/jacobbubu/1836273, voor een lijst met tijdzone-identificatoren zie https://apphelp.readdle.com/calendars/index.php?pg=kb.page&id=588

\now

  • voegt de huidige datum en tijd in de notitietitel of -tekst in
  • synoniemen: \timestamp

Parameters

  • none - voegt de huidige datum en tijd in de standaardopmaak in
  • full, long, medium, short - een standaard tijdnotatie in de opgegeven vorm - Standaard
  • format - een zelf opgemaakte tijd, zie de tip en opmerking hierboven
  • locale - de taalregio die voor het opmaken van de datum en tijd wordt gebruikt
  • timezone - de tijdzone die voor het opmaken van de datum en tijd wordt gebruikt
  • default-format - stelt de standaardopmaak van \now in op de opgegeven eigen opmaak

Voorbeelden

  • \now - 22-07-20 02:30
  • \now(full) - Wednesday, July 22, 2020 at 2:29:53 AM Western European Summer Time
  • \now(short) - 7/22/20, 2:30 AM
  • \now(format: dd-MM-yy HH\\:mm\\:ss) - 22-07-20 02:30:30
  • \now(medium, locale: en_US_POSIX) - Jul 22, 2020 at 2:31:03 AM

\expression

  • voegt het berekende resultaat van een uitdrukking in de notitietekst in
  • synoniemen: \formula, \insert-expression, \math

Parameters

  • math - een wiskundige uitdrukking die moet worden berekend - Standaard
  • sum, add, total - een kommagescheiden lijst met waarden die moeten worden opgeteld
  • count - een kommagescheiden lijst met waarden die moeten worden geteld
  • min, minimum - een kommagescheiden lijst met waarden waaruit de laagste waarde wordt gekozen
  • max, maximum - een kommagescheiden lijst met waarden waaruit de hoogste waarde wordt gekozen
  • average, avg - een kommagescheiden lijst met waarden waarvan het gemiddelde wordt genomen
  • median, med - een kommagescheiden lijst met waarden waarvan de mediaan wordt genomen
  • stddev, standard-deviation, stdev - een kommagescheiden lijst met waarden waarvan de standaardafwijking wordt genomen
  • sqrt, square-root - een waarde waarvan de vierkantswortel wordt genomen
  • log, lg, logarithm - een waarde waarvan de logaritme wordt genomen
  • ln, natural-logarithm - een waarde waarvan de natuurlijke logaritme wordt genomen
  • random, rdm - een willekeurige waarde tussen 0 en het opgegeven getal

Voorbeelden

  • \expression(5 * 8) - 40
  • \expression(sum: 2, 5, 7) - 14
  • \expression(count: 2, 5, 7) - 3
  • \expression(min: 2, 5, 7) - 2
  • \expression(max: 2, 5, 7) - 7
  • \expression(average: 2, 5, 7) - 4.666…
  • \expression(median: 2, 5, 7) - 5
  • \expression(stddev: 2, 5, 7) - 2.0548…
  • \expression(sqrt: 9) - 3
  • \expression(log: 9) - 0.9542…
  • \expression(ln: 9) - 2.197…
  • \expression(random: 9) - 7
  • \expression(random: 1.0) - 0.598

\horizontal-rule

  • voegt een horizontale lijn (scheidingslijn) in de notitietekst in
  • synoniemen: \rule, \insert-horizontal-rule, \hr

Voorbeelden

  • \rule - voegt een horizontale lijn in

\table

  • voegt een tabel in de notitietekst in
  • synoniemen: \insert-table, \tb

Parameters

  • none - voegt een standaardtabel van 2x2 in
  • size, dimensions - het formaat van de gewenste tabel in de vorm kolommen x rijen - Standaard
  • columns, c - het aantal kolommen dat de tabel moet hebben
  • rows, r - het aantal rijen dat de tabel moet hebben

Voorbeelden

  • \table - voegt een standaardtabel van 2x2 in
  • \table(3x4) - voegt een tabel in met 3 kolommen en 4 rijen
  • \table(columns: 4) - voegt een tabel in met 4 kolommen en 2 rijen
  • \table(rows: 4) - voegt een tabel in met 2 kolommen en 4 rijen
  • \table(r: 3, c: 4) - voegt een tabel in met 4 kolommen en 3 rijen
  • voegt een weblink of een link naar een project of notitie in de notitietekst in
  • synoniemen: \url, \insert-link, \ref, \href, [[
  • korte vormen: \project, \note

Parameters

  • url - de web-url van de in te voegen link Standaard
  • description, dimensions - de beschrijvende tekst van de link - Tweede standaard
  • project, project-title, to - de naam van het project waar de link naartoe moet wijzen
  • note, note-title - de titel van de notitie waar de link naartoe moet wijzen

Voorbeelden

  • \link(apple.com, apple website) - voegt de tekst apple website in met een link naar apple.com
  • \link(url: http://microsoft.com, description: microsoft) - voegt de tekst microsoft in met een link naar microsoft.com
  • \link(project: Developing Yak App, description: YakApp) - voegt de tekst YakApp in met een link naar het project Developing Yak App
  • \link(note-title: Meeting the developers) - voegt een link in naar de notitie met de titel Meeting the developers

Tip: In plaats van \link kun je ook de snelkoppeling [[ gebruiken om een link naar een ander project of een andere notitie in te voegen. Je kunt zelfs [[recent typen om een lijst te zien van alle recent bewerkte notities waarnaar je kunt linken.

\summary

  • voegt een samenvatting in de notitietekst in op de plek van de selectie of de cursor
  • synoniemen: \summarize, \insert-summary

Parameters

  • none - voegt een samenvatting in van alle niet-afgevinkte lijstitems
  • list - voegt een samenvatting van de lijstitems in op basis van een van de volgende criteria: - Standaard
    • checked - alle afgevinkte items
    • unchecked - alle niet-afgevinkte lijstitems
    • starred - alle alinea’s met een ster
    • tagged - alle alinea’s met een tag
    • assigned - alle alinea’s met een persoontoken
  • tag - de naam van de tag die wordt samengevat
  • person - de naam van de persoon die wordt samengevat

Voorbeelden

  • \summary - voegt een samenvatting in van alle niet-afgevinkte lijstitems in de notitie
  • \summary(list: checked) - voegt een samenvatting in van alle afgevinkte lijstitems in de notitie
  • \summary(starred) - voegt een samenvatting in van alle alinea’s met een ster
  • \summary(tag: urgent) - voegt een samenvatting in van alle alinea’s met de tag urgent
  • \summary(tag: priority[1]) - voegt een samenvatting in van alle alinea’s met de tag priority met de waarde 1 (let op het gebruik van rechte in plaats van ronde haken)
  • \summary(person: tom) - voegt een samenvatting in van alle alinea’s met de persoon tom

\attachment

  • voegt een bijlage in de notitietekst in en opent het venster om het bestand te kiezen dat je wilt toevoegen
  • synoniemen: \attach, \file, \insert-attachment

Parameters

  • none - opent de bestandskiezer om een in te voegen bijlage te kiezen
  • description, title, name - de tekst die als beschrijving van het als bijlage geïmporteerde bestand moet worden gebruikt - Standaard

Voorbeelden

  • \attach - opent de bestandskiezer
  • \attach(My File) - opent de bestandskiezer en gebruikt na het importeren My File als beschrijving van de bijlage

\drawing

  • voegt een tekening in de notitietekst in en toont het tekencanvas - alleen iOS en iPadOS
  • synoniemen: \draw, \insert-drawing

Parameters

  • none - toont een nieuw tekencanvas
  • description, title, name - de tekst die als beschrijving van de tekening moet worden gebruikt - Standaard

Voorbeelden

  • \draw - opent een nieuw tekencanvas
  • \draw(My Drawing) - opent een nieuw tekencanvas en gebruikt My Drawing als beschrijving van de tekening

\template

  • voegt de inhoud van een sjabloon in de notitietekst in op het invoegpunt of ter vervanging van de selectie
  • synoniemen: \insert-template

Parameters

  • name - de naam van het te gebruiken sjabloon - Standaard, verplicht
  • input - de tekst die de invoerplaatshouder in het sjabloon moet vervangen

Voorbeelden

  • \template(Book Review) - voegt de inhoud van het sjabloon Book Review in
  • \template(Book Review, input: The title of this book) - voegt de inhoud van het sjabloon Book Review in en vervangt de plaatshouder \input door de tekst The title of this book.

Alineastijl

\body

  • zet de alineastijl terug op gewone bodytekst
  • synoniemen: \p

Voorbeelden

  • \body - zet alle opmaak terug zodat de alineastijl bij het typen op bodytekst staat

\heading

  • zet de alineastijl op kop
  • korte vormen: \heading1, \h1, \heading2, \h2, subheading, \heading3, \h3, \heading4, \h4

Parameters

  • level - het te gebruiken kopniveau - Standaard

Voorbeelden

  • \heading - zet de stijl op Heading, gelijk aan \heading1 en \h1
  • \heading(level: 2) - zet de stijl op subheading, gelijk aan \heading2, \h2 en \subheading
  • \h3 - zet de stijl op minor heading

\preformatted

  • zet de alineastijl terug op voorgeformatteerde tekst
  • synoniemen: \pre

Voorbeelden

  • \pre - zet de stijl op voorgeformatteerde tekst, gelijk aan \preformatted

\list

  • zet de alineastijl op een ongeordende lijst met streepjes of opsommingstekens (afhankelijk van je voorkeur)
  • synoniemen: \ul, \dashed, \bulleted

Voorbeelden

  • \list - zet de stijl op een lijst met streepjes, gelijk aan \ul, of een streepje, sterretje of opsommingsteken gevolgd door een spatie typen

\numbered

  • zet de alineastijl op een genummerde (geordende) lijst
  • synoniemen: \ol

Parameters

  • none - zet de stijl op een genummerde lijst die bij 1 begint
  • start, from - het beginnummer voor de lijst

Voorbeelden

  • \numbered - zet de stijl op een genummerde lijst die bij 1 begint, gelijk aan 1. gevolgd door een spatie
  • \numbered(start: 5) - zet de stijl op een genummerde lijst die bij 5 begint, gelijk aan 5. gevolgd door een spatie typen

\checklist

  • zet de alineastijl op een checklist
  • synoniemen: \cl

Voorbeelden

  • \checklist - zet de stijl op een checklist, gelijk aan \cl

Lijstacties

\check

  • vinkt het checklistitem op de huidige regel af

Parameters

  • none - vinkt het checklistitem op de huidige regel af
  • all - vinkt alle checklistitems af in de lijst waar de huidige regel deel van uitmaakt

Voorbeelden

  • \check - vinkt het checklistitem op de huidige regel af
  • \check(all) - vinkt alle checklistitems in de lijst af

\check-all

  • vinkt alle checklistitems af in de lijst waar de huidige regel deel van uitmaakt
  • synoniemen: \all

Voorbeelden

  • \all - vinkt alle checklistitems in de huidige lijst af

\uncheck

  • haalt het vinkje weg bij het checklistitem op de huidige regel

Parameters

  • none - haalt het vinkje weg bij het checklistitem op de huidige regel
  • all - haalt de vinkjes weg bij alle checklistitems in de lijst waar de huidige regel deel van uitmaakt

Voorbeelden

  • \uncheck - haalt het vinkje weg bij het checklistitem op de huidige regel
  • \uncheck(all) - haalt de vinkjes weg bij alle checklistitems in de lijst

\reset

  • haalt de vinkjes weg bij alle checklistitems in de lijst waar de huidige regel deel van uitmaakt

Voorbeelden

  • \reset - haalt de vinkjes weg bij alle checklistitems in de huidige lijst

\sort

  • sorteert de checklist waar de huidige regel deel van uitmaakt zo dat afgevinkte lijstitems naar onderen gaan

Voorbeelden

  • \sort - verplaatst de afgevinkte items in de huidige lijst naar onderen

Opmaak

\bold

  • schakelt vette opmaak aan en uit
  • synoniemen: \b

Voorbeelden

  • \b - schakelt vette opmaak aan en uit, gelijk aan \bold

\italic

  • schakelt cursieve opmaak aan en uit
  • synoniemen: \i

Voorbeelden

  • \i - schakelt cursieve opmaak aan en uit, gelijk aan \italic

\underline

  • schakelt onderstreping aan en uit
  • synoniemen: \u

Voorbeelden

  • \u - schakelt onderstreping aan en uit, gelijk aan \underline

\fixed-width

  • schakelt opmaak met vaste breedte aan en uit
  • synoniemen: \fixed

Voorbeelden

  • \fixed - schakelt opmaak met vaste breedte aan en uit, gelijk aan \fixed-width

\strikethrough

  • schakelt doorhalen aan en uit
  • synoniemen: \strike

Voorbeelden

  • \strikethrough - schakelt doorhalen aan en uit, gelijk aan \strike

\superscript

  • schakelt superscript aan en uit
  • synoniemen: \sup

Voorbeelden

  • \sup - schakelt superscript aan en uit, gelijk aan \superscript

\subscript

  • schakelt subscript aan en uit
  • synoniemen: \sub

Voorbeelden

  • \sub - schakelt subscript aan en uit, gelijk aan \subscript

\color

  • schakelt tekstkleur aan en uit
  • synoniemen: \text-color

Parameters

  • color - de naam van de te gebruiken kleur - Standaard, verplicht

Voorbeelden

  • \text-color(color: green) - schakelt naar groene tekstkleur, gelijk aan \color(green)
  • \color(#333) - schakelt naar de tekstkleur met hexwaarde #333

\highlight

  • schakelt tekstmarkering aan en uit

Parameters

  • color - de naam van de te gebruiken kleur - Standaard, verplicht

Voorbeelden

  • \highlight(color: blue) - schakelt naar blauwe tekstmarkering, gelijk aan \highlight(blue)
  • \highlight(#333) - schakelt naar tekstmarkering met hexwaarde #333

\clear

  • verwijdert alle opmaak en zet de tekst terug op gewone tekst
  • synoniemen: \c

Voorbeelden

  • \clear - zet alle inline opmaak terug

Notitieacties

\on-the-agenda

  • markeert de notitie als “Op de agenda”, of haalt die markering weg als ze al zo is gemarkeerd
  • synoniemen: \ota, \ontheagenda, \agenda

Voorbeelden

  • \ota - markeert de notitie als “Op de agenda”, gelijk aan \on-the-agenda

\done

  • markeert de notitie als voltooid

Voorbeelden

  • \done - markeert de notitie als voltooid

\undone

  • haalt de markering voltooid van de notitie weg

Voorbeelden

  • \undone - haalt de markering voltooid van de notitie weg

\pin

  • zet de notitie boven aan het project vast

Voorbeelden

  • \pin - zet de notitie vast

\footnote

  • maakt van de notitie een voetnoot die onder aan het project wordt vastgezet

Voorbeelden

  • \footnote - maakt van de notitie een voetnoot

\unpin

  • maakt van de vastgezette notitie of voetnoot weer een gewone notitie

Voorbeelden

  • \unpin - maakt van de vastgezette notitie of voetnoot weer een gewone notitie

\assign-date

  • kent de opgegeven datum toe aan de huidige notitie
  • synoniemen: \assign
  • korte vormen: \today, \tomorrow, \yesterday, \monday, \tuesday, \wednesday, \thursday, \friday, \saturday, \sunday

Parameters

  • day, on, after, before, until, from, in - een weergave in gewone taal van de dag die moet worden toegekend - Standaard
  • date, at - een weergave in gewone taal van de datum die moet worden toegekend

Voorbeelden

  • \assign(17 oct 2022) - kent de notitie toe aan 17 oktober 2022
  • \assign(in: 3 weeks) - kent de notitie toe aan 3 weken na vandaag
  • \assign(tomorrow) - kent de notitie toe aan morgen
  • \assign(next Wednesday) - kent de notitie toe aan aanstaande woensdag
  • \today - kent de notitie toe aan vandaag
  • \friday - kent de notitie toe aan komende vrijdag
  • koppelt de opgegeven activiteit aan de huidige notitie
  • synoniemen: \event

Parameters

  • day, on, after, before, until, from, in - een weergave in gewone taal van de dag waarop naar activiteiten moet worden gezocht - Standaard
  • date, at - een weergave in gewone taal van de datum waarop naar activiteiten moet worden gezocht
  • calendar - de agenda waartoe het zoeken zich moet beperken

Voorbeelden

  • \event(17 oct 2022) - toont agenda-activiteiten op 17 oktober waaraan de notitie kan worden gekoppeld
  • \event(calendar: Work, 17 oct 2022) - toont activiteiten uit de agenda Work op 17 oktober waaraan de notitie kan worden gekoppeld

\new

Toegevoegd in Agenda 15

  • voegt een nieuwe notitie toe na de huidige notitie

Parameters

  • none- voegt een nieuwe notitie toe na de huidige notitie
  • title - de titel van de notitie die wordt gemaakt - Standaard
  • template- het sjabloon dat voor de nieuwe notitie wordt gebruikt

Voorbeelden

  • \new - maakt een nieuwe notitie na de notitie waarin je nu bent
  • \new(Part Two) - maakt een nieuwe notitie met de titel Part Two
  • \new(title: 15 Dec, template: Daily Meeting) - maakt een nieuwe notitie met de titel 15 Dec op basis van het sjabloon Daily Meeting.

\split

  • splitst de huidige notitie op het invoegpunt

Parameters

  • none- splitst de huidige notitie op het invoegpunt - Standaard
  • title - de titel van de notitie die van de huidige notitie wordt afgesplitst

Voorbeelden

  • \split - splitst de huidige notitie op het invoegpunt
  • \split(title: Part Two) - splitst de huidige notitie op het invoegpunt af naar een nieuwe notitie met de titel Part Two

\duplicate

  • dupliceert de huidige notitie

Parameters

  • none- dupliceert de huidige notitie - Standaard
  • title - de titel van de gedupliceerde notitie

Voorbeelden

  • \duplicate - splitst de huidige notitie op het invoegpunt, gelijk aan \new
  • \duplicate(title: Part Two) - maakt een duplicaat van de huidige notitie met de titel Part Two

\move

  • verplaatst de huidige notitie naar een ander project

Parameters

  • project, project-title, to - de titel van het project waar de notitie naartoe moet - Standaard, verplicht

Voorbeelden

  • \move(to: Developing Yak App) - verplaatst de huidige notitie naar het project Developing Yak App

\print

  • drukt de huidige notitie af

Voorbeelden

  • \print - drukt de notitie af

Escapen

Acties

Wil je niet dat een actie wordt uitgevoerd maar als tekst blijft staan, dan kun je er een extra backslash voor zetten, zo: \\tag(name: Alex). De actie maakt dan niet de tag Alex aan maar blijft staan als \tag(name: Alex). Je kunt ook de alineastijl op Preformatted of de inline stijl op fixed-width zetten om te voorkomen dat acties worden uitgevoerd.

Parameters

Een dubbele punt en een komma hebben een bijzondere betekenis binnen de parameterlijsten van acties; moet het argument van een parameter een van die tekens bevatten, dan kun je ze met een backslash escapen.

Zonder escapen wordt \date(format: YYYY, dd-MM) bijvoorbeeld verkeerd verwerkt en toont het alleen het jaartal 2022; in plaats daarvan kun je \date(format: YYYY\, dd-MM) gebruiken om 2022, 07-04 te tonen.

Zo ook wordt \split(Newsflash: ABC) zonder escapen niet correct verwerkt, terwijl \split(Newsflash\: ABC) dat wel wordt.

Lokalisatie

Let op: alle acties en parameters horen correct te zijn vertaald naar de taal van de app. Je kunt in dat geval de bovenstaande Engelse variant gebruiken of de vertaalde varianten. Hoewel de acties accenten en/of hoofdletters kunnen bevatten, hoef je die niet te typen; in de Franse versie van Agenda krijg je bijvoorbeeld een genummerde lijst door een van de volgende te typen:

  • \numérotée
  • \numerotee
  • \Numérotée
  • \numbered